In the nights that followed
I ate so much sugar
that I became a horse.

I flowed and leapt like water,
fallen far too far, too deep.
Breath growing rampant. Talons hanging.
Grounds arose in us.

The talking assumed many forms
I had meant to tell you that
there are doors standing open

The mind was always fluid.
In my side, soft as a beast
was a man who makes people.

Sometimes I woke up in another city,
but no heart was ever tame there.
The road chose. I held in me
a heaven.

Translated by Rosalind Buck

In de nachten die kwamen
at ik zoveel suiker
dat ik een paard werd.

Ik schoot en sprong als water,
te ver, te diep gevallen.
Adem woekerde. Klauwen hingen.
Gronden rezen in ons.

Het praten had vele vormen.
Ik moest u nog vertellen
dat er deuren open staan.

De geest was altijd vloeibaar.
In mijn buik, zacht als een dier,
zat een man die mensen maakt.

Soms werd ik wakker in een andere stad,
maar geen hart was daar ooit tam.
De weg koos. Ik borg in mij
een hemel.

Lies Van Gasse en Bas Kwakman, Een stem van paardenhaar, Azul Press, 2014.