When innocence was in its infancy

the houses fell in with the valleys

like fields of ice the pleading snow

in water or salt frozen starfish

their most sluggish grip

sounded like chalk from a winter

on dry land

the ceramic dancers witnessed

the bottom threatening

with wood and tippets

and we weaved a blanket

as keepsake, oblong baskets

for the deceased and never-stolen colours                  

like a rug without a story

or affection for wear-resistant flowers.         

© Tom Van de Voorde

Toen onschuld nog jong was

volgden de huizen valleien

als ijsvelden de smekende sneeuw

in water of zout bevroren zeesterren

hun traagste greep

klonk als krijt van een winter

op het droge

zagen keramische dansers

de bodem bedreigen

met hout en schouderkleren

en wij weefden als aandenken

een deken, langwerpige manden

voor doden en nimmer gestolen kleuren

als een tapijt zonder verhaal

of voorliefde voor slijtvaste bloemen.

© Tom Van de Voorde