4

listen and hear the playing of fingers and lips

how in a smoothly brushed bed of downy violas

the heartbeat slumbers of the beat while a dark-brown tremolo

butterflies in the underbelly of bass and cello something wispy

she softly sighs on the e-string that vibrates in anticipation

he breathes heavily the brass approaches in her wings

as eight distant horns that drink her hands and she becomes

the melody in the first violins he kisses

with his second voice of warm-blown wood

she brushes herself beaming con vibrato on his skin

and plays his keys and pistons o virtuoso he rises

as a column of an unheard chord

screaming in crescendo to be dissolved

in her clarion triad and their eyes are clouding over

on all staves with the swelling tutti

in which her high-pitched singing climbs his seventh

and on the blows of her shining cymbals

she leads him accelerando poco a poco in a pulsating fugue

con fuoco spinning round the circle of fifths to the grand finale

that hungers inescapably in their counterpoint

rejoice high trills and cheer on all strings

blow a tuba full off happiness and drum

with the finest sticks for the two-headed animal

of creature and lovely creature together

forgets to exist as in a fermata

and melting sings itself together

as a hundred-headed symphony orchestra

that having melted into each other’s sound

                makes love to itself

© translated by Willem Groenewegen

4

luister en hoor het spel van vingers en lippen

hoe in een zacht gestreken bed van donzen altviolen

hartslag sluimert van de slag terwijl een donkerbruine tremolo

vlindert in de onderbuik van bas en cello iets iels

zucht zij zachtjes op de e-snaar dat trilt van verwachting

hij ademt zwaar in aantocht koper in haar coulissen

als acht verre hoorns die haar handen drinken en zij

wordt melodie in de eerste violen die hij zoent

met zijn tweede stem van warmgeblazen hout

zij strijkt zich stralend con vibrato op zijn huid

en bespeelt zijn kleppen en pistons o virtuoso hij rijst

als een kolom van een ongehoord akkoord

dat schreeuwt om in crescendo opgelost te worden

in haar reine drieklank en het wordt hun op alle balken

zwart voor de ogen van het aanzwellend tutti

waarin haar hoge zingen zijn septiem beklimt

en op de slagen van haar blinkende bekkens

voert zij hem accelerando poco a poco in een pulserende fuga

con fuoco tollend om de kwintencirkel naar de grande finale

die onontkoombaar hunkert in hun contrapunt

jubel hoge trillers en juich op alle snaren

blaas een tuba vol geluk en trommel

met de mooiste stokken want het tweekoppig dier

van mens met dierbaar mens samen

vergeet te bestaan als in een fermate

en zingt zich smeltend in elkaar

als een honderdkoppig symfonieorkest

dat in elkaars klank versmolten

 

                met zichzelf bedrijft de liefde

© Ilja Leonard Pfeijffer, Dolores – Elegieën (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2002)

Poems