A man stops me to ask if I’m alone. I say ‘no, I’m married.’ ‘But happily’ he asks, picking a crumb off my cheek. I say ‘yes, I have four children and a terrible fungal infection between my toes so laissez-moi passer.’ ‘Here’s your crumb’ he says ‘make a wish.’ I say ‘OK’ and a little later ‘finished’. ‘Excellent, now I’m going to deliver your wish.’ He lays the crumb on the tip of his extended tongue and strides off, disappearing into the crowd_

© translated by David Colmer

Een man houdt mij tegen en vraagt of ik alleen ben. Ik zeg ‘nee, ik ben getrouwd’. ‘Maar gelukkig’, vraagt hij en hij plukt een kruimel van mijn wang. Ik zeg ‘ja, ik heb vier kinderen tussen al mijn tenen schimmelen dus laissez-moi passer’. ‘Hier is uw kruimel’ zegt hij ‘doe een wens’. Ik zeg ‘ok’ en even later ‘ik ben klaar’. ‘Goed, dan ga ik nu je wens wegbrengen.’ Hij legt de kruimel op het puntje van zijn uitgestrekte tong en met grote stappen verdwijnt hij in de massa_

© Maud Vanhauwaert, Wij zijn evenwijdig (Amsterdam-Antwerpen, Querido 2014)