A soprano looks back and sings ‘the damage is enormous’. Nobody knows what she’s on about. Her showy gums gleam above her teeth in a soft triumphal arch. I shake her hand. ‘How do you do?’ She can’t answer because she’s singing. The strip of pink flesh now looks like a labia minor. Then she lies down, traces her silhouette with a piece of chalk, stands up and says, ‘one day death will strike a pose with our bodies’_

© translated by David Colmer

Een sopraan kijkt om en zingt ‘de schade is enorm’. Niemand weet waarover ze het heeft. Haar opzichtige tandvlees blinkt in weke triomfboogjes boven haar tanden. Ik schud haar hand. ‘Aangenaam’. Ze kan niet antwoorden want ze zingt. Het roze reepje van haar tandrif lijkt op een binnenste schaamlip nu. Dan gaat ze liggen, trekt met een krijtje haar omtrek, staat recht, kijkt en zegt ‘ooit neemt de dood met ons lichaam een houding aan’_

© Maud Vanhauwaert, Wij zijn evenwijdig (Amsterdam-Antwerpen, Querido 2014)