A man sitting on the side of the road disdainfully drops porous splotches of saliva on the ground, then watches closely while the bubbles burst, the bubbles burst in the disdain shrinking on the ground. When I pass he looks up at me with his mouth open and eyes that roll back leaving saucers of dull china_

© translated by David Colmer

Aan de kant van de weg zit een man die misprijzend speeksel spuwt, poreuze kladden op de grond, en vervolgens aandachtig kijkt hoe de belletjes knakken, de belletjes knakken in het misprijzen dat krimpt op de grond. Wanneer ik passeer kijkt hij mij aan met zijn open mond en zijn ogen die wegdraaien tot schaaltjes van dof porselein_

© Maud Vanhauwaert, Wij zijn evenwijdig (Amsterdam-Antwerpen, Querido 2014)