Istanbul

by Maria Barnas


Istanbul

The steady stream of men the meandering

women and the sudden spurts of children

have submerged as if in a dream.

The pouring rain makes no impression

 

on the bodies that already imagine themselves wading

in the sun. I follow the water that gushes

through the streets until I reach a bright flickering hotel

where my suitcase floats in a river-room.

 

While someone forms a variation

on a melody in the mouth of someone

who seems unable to stop

 

the betrayal of lives I was fond of scuds

away from me like a ship whose sail is

caught by the wind. The windows rise.

 

Somebody thumps on the wall of the surging

room in which I bundle up all of my life.

Could you make it a bit quieter please, I hear.

© Maria Barnas

Istanbul

De stromende mannen de meanderende

vrouwen en de opspattende kinderen

zijn als in een droom verzonken.

De plenzende regen heeft geen vat

 

op de lichamen die zich al wadend wanen

in de zon. Ik volg het water dat door de straten

gutst tot aan een licht flakkerend hotel

waar mijn koffer in een rivierkamer drijft.

 

Terwijl iemand een variatie vormt

op een melodie in de mond van iemand

die van geen ophouden weet

 

ijlt het verraad van levens die ik liefhad

als een schip waarvan het zeil de wind

vangt bij me vandaan. De vensters rijzen.

 

Iemand bonst op de wand van de golvende

kamer waarin ik heel mijn leven bundel.

Of het niet wat stiller kan.

© Maria Barnas