For Chengian Chen

by Maria Barnas


For Chengian Chen

Mr Chen (born in Fujian, 1/8/1947) had already been living illegally in our country for some time. In 1993, his application for a residence permit for himself and his family was turned down. After that, his wife and children returned to China. Cheng remained here. When a fire broke out on 14 March 2006 in the boarding house on the Valkenburgstraat in Amsterdam where he resided with a number of other illegal immigrants, he jumped out of a window on the second floor.

 


Houses with towers of prizes and slanting

beams in the display windows back gardens and sun rooms

opening double-doors and a silver bus

that rides into the future; neither the umbrella

 

with the opened-out heart in the wastepaper basket

nor the dry palm tree on the ground floor

can carry me. Have somebody take him away

he’s no adornment and no one so drab and already snapped.

 

I will fall as rain along the facade and place

a foot in the void. If they ask me who

I am I will say the smoke forced heavens into my heart.

 

They swear they haven’t known me

but when pushed they calmly point to

where I lived: there where no one opens.

© Maria Barnas

Voor Chengian Chen

De heer Chen (geboren in Fujian, 1-8-1947) verbleef al geruime tijd illegaal in ons land. In 1993 werd zijn verzoek om een verblijfsvergunning voor hem en zijn gezin afgewezen. Daarop gingen vrouw en kinderen terug naar China. Cheng bleef hier. Bij een uitslaande brand op 14 maart 2006 in het pension aan de Valkenburgstraat in Amsterdam waar hij met een aantal andere illegalen verbleef, sprong hij vanuit de tweede verdieping uit het raam.

 

 

Huizen met torens van prijzen en schuine

balken in de etalage achtertuinen en serres

openslaande deuren en een zilveren bus

die in een toekomst rijdt; noch de paraplu

 

met het opengeslagen hart in de prullenbak

noch de dorre palm op de begane grond

kan mij dragen. Laat iemand hem weghalen

hij siert niets en niemand zo vaal en al geknakt.

 

Ik zal als regen langs de gevel dalen en plaats

in de leegte een voet. Als ze me vragen wie

ik ben zeg ik de rook drijft hemels in mijn hart.

 

Ze geloven dat ze mij niet hebben gekend

maar als het moet wijzen ze gerust

waar ik woonde: daar waar niemand opendoet.

© Maria Barnas