THE DARK SIDE OF THOUGHT

by Maarten Inghels


THE DARK SIDE OF THOUGHT

I put my ghosts in a row and take a group shot. They don’t react to what I say.

 

There’s my fear of being discovered.

 

The fear of dark crevices in which my body is a puzzle. Stick my hand into an unknown hole. The echo fails to answer.

 

There’s my fear of heights – the depths are tugging at my clothes – the call of emptiness an invitation to jump. Only the tower block is listening, my words a hollow reverb off the entry hall.

 

The other way round there’s the upward abyss when I gaze at clouds too long. I’m being sucked into the cosmos.

 

To be bitten by domesticated dogs, or see myself in their wounded eyes.

 

Clowns. Hollow needles. Pension schemes. My elevator allergy. The thought of my head in a shoulder grip in a screaming playground.

 

I’m worried that I’m not destroying enough memories. Scared I’m swallowing other people’s illnesses.

 

Falling on my teeth. The lonely sound of breaking blood.

 

I want to know why sometimes I lie in bed like a snapped branch. Gasp for breath for seconds on end between two worlds.

 

Softly, I speak of the fear of losing someone. Maybe only the moon knows what it’s like to be seen in another’s light.

 

The answer sounds like the revolving grind of planets.

Translation by Willem Groenewegen

DE SCHADUW VAN HET DENKEN

Ik zet mijn spoken op een rijtje en maak een groepsportret. Ze reageren niet op wat ik zeg.

 

Er is mijn angst om te worden ontdekt.

 

De angst voor donkere rotsspleten waarin mijn lichaam een puzzel is. Mijn hand in een onbekende holte steken. De echo zegt niets terug.

 

Er is mijn hoogtevrees — de diepte trekt aan mijn kleren — de roep van de leegte is een uitnodiging om te springen. Alleen het flatgebouw luistert, mijn woorden ketsen hol in de inkomhal.

 

Omgekeerd is er de afgrond naar boven wanneer ik te lang naar wolken kijk. Ik word opgezogen door de kosmos.

 

Te worden gebeten door gedomesticeerde honden, of in hun gewonde ogen mezelf zien.

 

Clowns. Holle naalden. Pensioensparen. Mijn liftfobie. De gedachte aan mijn hoofd in een schouderklem op de joelende speelplaats.

 

Ik maak me zorgen dat ik niet genoeg herinneringen vernietig. Schrik dat ik andermans ziektes inslik.

 

Vallen op mijn tanden. Het eenzame geluid van brekend bloed.

 

Ik wil weten waarom ik soms als een afgebroken tak op bed lig en secondenlang tussen twee werelden naar adem snak.

 

Zacht spreek ik over de vrees om iemand te verliezen. Misschien weet alleen de maan wat het is om gezien te worden door het licht van een ander.

 

Het antwoord klinkt als het draaiende geknars van planeten.