Visit no. 12 619

by Maarten Inghels


Visit no. 12 619

To make it go more quiet in the room than in her blood:

hammer the beating beetle from the whitened walls,

 

nudge the receding curtains back to sleep,

the coffee slowly runs to a dead end. Quietude

 

outlines itself across the wall in darkened shapes,

first camels, weasels, a sluggish whale, then

 

we become the hares in tall grass. We play dirty

beasts. And there in the room her brain assumes

 

a voice the way her blood speaks: from the stem

her love disseminates itself. Trampling on the spot,

 

because I am a dead blackfish, shoulders shaking

and trembling I lie on the bed. My hands are folded

 

in straits. Because what blindly knows its way through me;

one’s own rigorous love as retort, scares me the most.

Translation by Willem Groenewegen

Bezoek nr. 12 618

Het in de kamer stiller maken dan in haar bloed:

de kloppende kever uit de witte muren slaan,

 

de ontwijkende gordijnen weer in slaap duwen,

de koffie loopt langzaam dood. Zwijgzaamheid

 

tekent zich in zwarte schaduwen op de muur,

eerst kamelen, wezels, een logge walvis, dan

 

worden we hazen in hoog gras. We spelen smerige

beesten. En daar in de kamer krijgen haar hersenen

 

een stem zoals haar bloed spreekt: vanuit de stam

zaait haar liefde zich uit. Ter plaatse trappelend,

 

want een dode zwartvis ben ik, schokschouderend

en trillend lig ik op bed. Mijn handen zijn gevouwen

 

in een dwang. Want van wat blind de weg weet in mij;

de eigen rigoureuze liefde als weerwoord, ben ik bang.